Den Haag Open Data: aftrap app challenge
Gemeente Den Haag en Provincie Zuid Holland vinden het belangrijk om data open te maken, zodat Apps gebouwd kunnen worden tbv openbaarheid bestuur. In een programma waarin Wethouder Ingrid van Engelshoven en Gedeputeerde van Provincie Zuid Holland Rogier van der Sande een app challenge starten met databestanden.
Opdracht app challenge
- open data protecol gebruiken om data te verwerken
- zaken op een kaart zetten of anders visualiseren
- wellicht verder komen dan alleen dit, door bestanden te verbinden en een meerwaarde te creeeren
App challenge: deadline 1 februari 2012
meer info: Linkedin groep den haag open data
Communication and MultimediaDesign, Informatica en de opleiding InformatieDienstverlening en -Management gaan de uitdaging aan door met studenten een nieuwe toepassing te bedenken (app) en deze te gaan bouwen. Volg op deze blog de ontwikkelingen.
Afgelopen vrijdag vond de aftrapceremonie plaats. Hieronder een verslaglegging van wat er gebeurde

Bert Mulder, Lector InformatieTechnologie en Samenleving HHS,
trapt af. Bert stelt dat Open data iets anders is dan informatie in het algemeen. Het betreft opgesloten data in databanken en georgafische informatiesystemen. Open data is sinds 1957 al een topic, met conferences en dergelijke. Pas sinds de ontwikkeling van het semantisch web en linked data, is het thema meer naar boven komen drijven.
Heftige discussies rond de openheid van data en het publiek maken ervan, is iets van de laatste tijd. Door de ontwikkeling van de open data sites van de Amerikaanse overheid heeft hierin een sterke ontwikkeling te weeg gebracht. Grote datasets zijn online gezet. Klinkt goed, maar er gingen ook dingen mis.
The World Bank heeft ook databestanden open gezet. The Guardian is een nieuwe vorm van journalistiek begonnen: data-journalism in hun Datablog.
Het open zetten van datasets in den haag is versie 0.1. De uitdaging is zorgen dat de datasets zo snel mogelijk door een leek te doorzoeken en te interpreteren zijn. Het veld van datavisualisatie is hierin een belangrijk veld.
Op dat gebied kan het open stellen van data ‘fout’ gaan. ‘Open Government Dead – pass the beer nuts’. Hoewel de data.gov site het concept erg gedreven heeft en een stimulans is geweest voor andere landen (engeland, duitsland, kenia, new zeeland, frankrijk, italie). De website zal blijven bestaan, maar het programma is dood gelopen. Het is een groot risico als je het gigantisch oppompt om data open te zetten: maar als je er geen smoel aan geeft.
Sjaak Bral heeft hetzelfde over de Haagse openstelling van de databestanden. Het is dus een precair onderwerp geworden. Geen technisch verhaal, maar ook politiek. Open overheid is immers een belangrijk thema.
De stimulans naar alle landen is wel een opmerkelijke vibe. Veel landen zijn direct met z’n allen bezig. Maar wel allemaal op stadium 0.1.
Wij moeten de uitdaging aan gaan om Sjaak Bral te overtuigen van het waarom achter open data. Hoe? Nou er is een illusie dat open data gelijk is aan transparante overheid. Voegt wipkipvinder of een zwemwater-app iets toe aan de transparante overheid en de participerende burger? Nee. Er moet zeker worden uitgevonden met welke data dit wel gerealiseerd wordt.
Een ander argument wat veel gebruikt wordt is kostenreductie. De EU denkt 27 miljard per jaar te bezuinigen. De Denen denken 62 miljoen. Een belangrijker reden die de overheid aandraagt is ‘de grote uittocht’. Er zijn geen jongere werknemers, om de plekken die vrij komen door pensioenering van ambtenaren, bij de overheid in te nemen. In 2030 zijn er 70% minder ambtenaren. Veroorzaakt door niet alleen de pensioenering van ouderen en het vertrek van jongeren naar andere werkplekken dan overheidsbanen. De beschikbaarheid van data kan hierin een belangrijke rol spelen. Dan is het geen dingetje er bij, maar een cruciale voorwaarde voor een functionerende samenleving in de toekomst.
Ook al maak je nu enkel een wipkipvinder. Het verbinden van data met data en data met locatie is al een bijdrage aan het oplossen van het gebrek aan professionals in de toekomst. Hoe kan ik zorg, onderwijs en overheid runnen met 60% van de mensen.
Toekomst:
Verschil tussen open data en linked data. In de toekomst zal linked data zorgen dat de PC begrijpt wat een concept is. Data can be open, while not being linked; data can be linked, while not be open; (…)
Apps gaan er voor zorgen dat er dialoog ontstaat met data-eigenaren over (de bruikbaarheid en kwaliteit van) hun datasets. Dat zal de ontwikkeling richting linked data veroorzaken.
Bronnen:
dbpedia
freebase
The data hub
factual (build on living data)
socrata
dataplex
Handreiking open overheidsdata
open data protocol
Open data commons
Alle straten linked open data NL (apps for nederland)
open OV binnen nu en 2 weken realtime haaglanden openov.nl api.openov.nl
Jan-Willem Duijzer (Chief Information Officer, Gemeente Den Haag)
Jan-Willem geeft aan dat het principe in de Wet Openbaarheid van bestuur, door ambtenaren wordt verwerkt tot zo min mogelijk zorgen dat informatie beschikbaar is. Geld vragen, Loketten inrichten, lange procedures, …
Dat is wat cynisch gesteld, maar gebeurd wel vaak. Met Open Data zie je een revival van de gedachte om het land haar data terug te geven. Dat is het antwoord op de verkleining van de overheid. We krijgen 17miljoen medewerkers erbij. Banken doen dat al jaren: je bankiert tegenwoordig zelf. Verzekeraars laten je zelf formulieren invullen en door je eigen risico bepalen wat je wel laat uitbetalen. En ook DUO en studielink werken in hoge mate geautomatiseerd.
Er zijn echter ook mythes op het gebied van open data. Zoals: ‘internet en open data leiden tot open democratie’. Je kunt daar anders tegen aan kijken. Er zijn dictaturen die open internet strategie hanteren. Zoals Rusland. Iedereen kan alles doen en Poetin van zijn gang gaan. In de Oost-Duitse regime tijd was een streek zonder goede tv ontvangst juist de streek die het meest opstond tegen het regime. Dus mondigheid van de burger hangt niet per se af van openheid van informatie.
Kort staat Jan-Willem nog even stil bij de eventuele gevaren.
Beschikbare databestanden in Den Haag
- wachtlijst jeugdzorg : Menno Hekker : excel bestand – provincie betaald jeugdzorg. Omdat te kunnen doen moet PZH iets weten over de jeugd. De provincie doet niet alle behandelingen, maar wel de financiering. Daarom moet ze weten welke aantallen kinderen in de jeugdzorg zaten, zitten en komen. Standgegevens op pijldata en het verloop. Een deel wacht omdat er geen plaats is, een deel zit gevangen ergens, een deel heeft zelf geen motivatie om de jeugdzorg in te gaan.
- Natuur. Ecologische hoofdstructuur : Joop Kooijman : GIS bestand – PZH bestand van veld ‘natuur’. Een gis bestand, waarin de diversiteit van opnieuw ontgonnen grond beschreven is. Waar ligt natuur, waar is nieuwe natuur gepland, en hoe staat het met gerealiseerde natuur? Natuurbeheerplan.
- stiltegebieden : Herman Feberwee : bestand – Stilte gebieden of wel geluid op gevels van inwoners. Countouren van gebieden waarin gehinderden wonen. Lagen: geluid provinciale wegen; stiltegebieden zijn de kale plekken in de provincie.
- geo-data zuid holland : Johan van Arragon – provinciale structuurvisie. Waar kun je wonen, werken, bewegen, mobiliteit > paraplu voor individuele inventarisaties/beleidsvoornemens die bedacht zijn. Bijvoorbeeld cultuurhistorie, waarde volle landschappen en objecten. Daar gelden bepaalde regels. Verder zijn er prognoses voor de woningvoorraad. Woningbouwplannen. Energie en energiezuinig bouwen
- Geo-Data Den Haag : Ed Wisser en Gert-Jan vd Weijden : stadsbeheer den haag : 9 datasets: historie, archeologie; duurzaamheid -> warmtekoude, opslag, greenweels, ; vergunningen -> aanvragen; den haag in cijfers (cbs statline van den haag: denhaag.buurtmonitor.nl) -> gegevens over sociale en economische gegevens op buurtniveau
- beeldbank : Ron van den Bos : papieren informatie vanaf 1310. Meer informatie digitaal beschikbaar. 1 ervan de beeldbank. Foto’s, prenten, tekeningen, kaarten, plattegronden, charters. Beeldbank is ontsloten via een URL. Databestand beschikbaar. Er komt een API. Bonaparte: mooie ville in het land;
- lengtes en gewicht vna Jongeren : Jeroen de Wilde : bmi gegevens, wijk, leeftijd, jaar van onderzoek. 3 publicaties op internationaal niveau. In 1 open data (vergelijkingsonderzoek met data uit andere landen). 85.000 metingen 1999-2007. Trendanalyses gemaakt. 4 etnische groepen: turkse kinderen trend omhoog; nederlanse kinderen afname. Op stadsniveau: hoe donkerder meer overgezicht: duidelijke scheiding zand en veen. Verschillen tussen wijken steeds groter geworden. Wijk achterstandsgegevens (inkomen, huurpunten, werkeloosheid)
- BAG : Norbert Schmelzer (Ministerie I&M) basisregistratie adressen en gebouwen. Adressen, adrescoordinaten, XML. Gedoe over wat gebruikt mag worden. Geen postcodes.
- Engage media : door vestia gevraagd om het beeld van den haag op de haagse toren. Gebouwd met open data. Engage is de zender.
#KBenP11 event : rondetafel over positionering informatiespecialist
Vandaag mocht ik aan het eind van de middag de host zijn van een rondetafelgesprek op het jaarlijkse KBenP event. Op verzoek van Tineke IJtsema heb ik me in pak gehesen en een leuk aantal gesprekken gehad over de positionering van de informatiespecialist in de huidige tijd.

Kees Koenen vroeg me vooraf na te denken over een stelling. Direct dacht ik terug aan de discussie bij track Web3.0 op de NVB dag. Studenten van me kregen de vraag of ze zich na hun studie ‘bibliothecaris’ (dus collectiegericht) gingen noemen, of ‘IT-er’. Mijn studenten reageerden: we zullen dan verbinders zijn tussen informatie, communicatieprocessen en technologische middelen. Afgekort krijg je dan een nieuwe vertaling van de afkorting ICT.
In de rondetafelgesprekken kwamen de volgende punten naar boven. Geen steekhoudende wetenschap, wat mij betreft – IDMdenhaag is al jaren op deze weg – maar wel leuk om eens op een rij te hebben:
- Het beeld dat een informatiespecialist de verbinder is tussen de informatie (de inhoud), de communicatie (mensen en organisatie) en de technologie (middel) werd aan alle tafels gedeeld.
- geconstateerd werd dat een dergelijke generalist soms lastig gepositioneerd kan worden in werkomgevingen waar teams van specialisten worden samengesteld in het kader van projecten
- De klassieke beheer rol van de bibliothecaris, is pro-actiever geworden: een regisseursfunctie, faciliteerfunctie, promotiefunctie en trainersfunctie is er aan toegevoegd.
- Helaas zijn we, ondanks die verschillende rollen, soms nog geneigd zijn te denken vanuit de beschikbare informatie, terwijl: wat wil de gebruiker belangrijker is. (ik wil een app, maar waarom? Ik wil diensten van informatie, maar waarom? Ik wil digitalisering maar waarom? Ik wil sharepoint, maar waarom?)
lees verder op de website van KBenP
terugkijk-aanrader: gesprek op 2 : James Gleick
Op mijn nachtkastje zwerft al een week of twee een heel erg dik boek. Vijfhonderdvierenveertig pagina’s (incl. bronvermelding) had James Gleick er voor over / voor nodig om het fenomeen informatie te beschrijven. Alleen dat al zette me tot de koop aan. De core van mijn vakgebied in woorden vatten is namelijk niet zo eenvoudig als je zou denken. James ging de uitdaging aan.

Het boek mocht ik echter nog niet open doen. Te druk waren mijn weken. En daar baal ik wel een beetje van. Als je een boek koopt wil je het lezen, toch?
Vanavond werd ik op de laaste nipper door eerstejaars student Tim getipt over een VPRO uitzending van het programma ‘Gesprek op 2′ waarin James Gleick werd geïnterviewd over zijn dikke boek. Dus ik ben wat langer opgebleven dan ik van plan was om het programma, samen met vrouw en mede-informatiespecialist Andrika, te bekijken.
James weet in heel heldere bewoordingen antwoord te geven op de vragen van Chris Klijne.
Twee opmerkingen bleven me direct bij:
‘Information is surprise. Something you didn’t know.’ wat natuurlijk een waarheid is als een koe. Informatie zijn gegevens die van betekenis zijn voor de gebruiker. Maar in betekenis schuilt iets spannends. Iets wat lijkt op verrassing. Dus zijn quote vind ik een boeiende om nog eens over door te denken.
Verder is James sterk in zijn reactie op de vraag van Chris, of het gevaarlijk is dat wij steeds minder onthouden en zelf bedenken – omdat we alles kunnen opzoeken. James geeft aan dat de mens helemaal niet aan het veranderderen is. Zonder daarvoor in dit gesprek onderbouwende argumenten aan te dragen, vergelijkt hij de huidige tijd met die van de zojuist opgekomen boekdrukkunst. Er waren ongeveer duizend boeken in omloop. Toen al was men in paniek vanwege de informatieoverload van die hoeveelheid boeken. Dat moest uitdraaien op barbaars gedrag.
Nu zijn mensen opnieuw bang voor de hoeveelheid informatie die op ons af komt.
James geeft aan dat het niet gaat om de hoeveelheid informatie en de kans op overload, maar dat essentieel is welke strategieën we hanteren om daarmee te dealen.
to be continued > ik ga met de kerst het boek lezen, dus dan volgt een meer diepgaande blog over dit topic.
voor nu: ik maak voor het eerst in 9 jaar de blogcategorie ‘informatie’ aan en koppel tevens de categorie informatiekunde, druk op publish… en ga slapen

Klaas Jan Mollema in InformatieProfessional
Trots sla ik vanmiddag de InformatieProfessional open. Een hele editie over de opleidingen tot informatiespecialist. Hoe gaaf om te zien wat er allemaal gebeurt in het opleidingsland rond dit vakgebied. Waar onze open dag ons 3 volle zalen belangstellenden opleverde en onze eerste jaars groep voor het eerst sinds tijden een stukje groter is dan 25 studenten, lijkt het dat er een vernieuwde aandacht bestaat voor het vakgebied informatiespecialist en de daartoe opleidende studies.

Achterin mocht ik zelf een stukje schrijven, over de werkweek van een docent IDM. Soms krijg ik wel eens vragen hoeveel praktijkcomponenten er in de studie zitten. Zoals blijkt uit een werkweekje, zie je de praktijk steeds weer tussen de regels door komen. Onze studenten pikken van die praktijk absoluut dingen mee in hun studie, door te werken in praktijkopdrachten of tijdens bedrijfsbezoeken en stages.
lees dus de InformatieProfessional van deze maand (dec 2011) en zoek achterin naar het artikel!
En mocht je van buiten het vakgebied komen en de IP niet lezen, hieronder de pdf.
NVB11 : NVB jaarcongres 2011 (round-up)
In de afgelopen jaren ben ik steeds aanwezig geweest op het NVB jaarcongres in de Reehorst in Ede. Dit congres is voor vakgenoten hét moment om aanwezig te zijn. Je zou verwachten vanwege de inhoud. Maar de jaren van mijn eerste bezoekjes hoorde ik vooral geluiden dat vooral het netwerken geslaagd was geweest en dat in de lezingen en de wandelgangen een paniekerige sfeer hing rond ‘ons vak’. ‘Wat doen we nu als informatiespecialisten in de tijd van Google’, ‘zijn we nog nodig’, ‘voldoen de IDM opleidingen nog aan wat wij als bibliotheken van ze verwachten’, etc etc.
Tot ik in 2009 hier een kentering in herkende. Ook al vroeg ik me, met de krachtterm ‘verdulleme’, af waar onze trots was: er was trots te herkennen. We doen gave dingen. En daar werd donders enthousiast over verteld.
Hoe kan het dan gebeuren dat ik dit jaar van mijn eerstejaars studenten hoor, dat ze diep teleurgesteld tijdens de discussie bij het track ‘het vak’ zijn weggelopen. Op dé plek waar zij nu eens dachten te horen wat je allemaal als informatiespecialist voor werk verzet, werd opnieuw door sommigen geroepen dat IDM opleidingen incompetent zijn als opleiding voor bibliotheekwerk?
Opnieuw navelstaren, als ik mijn studenten mag geloven.
Nu weet ik uit ervaring dat dat laatste geen objectieve berichtgeving oplevert, maar: als ze weglopen uit het track waar ze eigenlijk iets over de toekomst van het vak zouden moeten opsteken, dan stelt míj dat teleur!
Juist in dit track zou vanuit een helicopter perspectief bezien moeten worden welke ontwikkelingen er zijn in het vak en hoe wij daar strategisch op in zouden moeten springen. Navelstaargedrag veroorzaakt dat we de boot missen. Dezelfde boot die we gemist hebben in de aanloop naar web3.0 en linked data, zoals Marleen Stikker in haar openingsspeech terecht benoemde.
track web 3.0
En laat nou juist in het track over web3.0 de spreekwoordelijke navelstaarderigheid compleet out-of-the-picture geweest zijn.
Zelf was ik het hele track daar aanwezig, omdat ik samen met drie studenten, daar de dag afsloot met een demonstratie van de wijze waarop IDM inspeelde op de semantische webontwikkelingen. Voor mij twee sprekers. Elk van ons drieeën had een eigen focus. Waar Edgar Meij vanuit zijn onderzoekspraktijk bij de Universiteit van Amsterdam sprak over de onderzoektechnische toepassing van het combineren van data en het benoemen ervan, ging Lukas Koster vanuit zijn UB achtergrond (UvA) in op de technischere details van het semantisch web, door termen rond linked data te benoemen en te voorzien van voorbeelden.
Aan mij daarna de schone taak om één en ander samen te vatten in heldere woorden en vervolgens met de studenten een live demo te geven van de door Trezorix gebouwde RNA toolset, met daarin een dataset van Naturalis. In de discussie die erop volgde waren we het roerend eens over het ‘andere vak’ wat wij als informatiespecialisten hebben gekregen. De studenten noemden zichzelf ICT-ers in plaats van bibliothecaris en ik kreeg de kans om te benoemen hoe ik ons vak zag: als verbinder optreden tussen aan de ene kant de gebruikersgroep, aan de tweede kant de collecties (data) en aan de derde kant de mensen die de IT moeten ontwikkelen. Als nooit te voren is de informatiespecialist een spin in het web geworden. Niet dat ’stoffige web van informatie’ maar de combinatie van mens, middel en doel. Een op Informatie- & CommunicatieTechnologie gerichtte IDM-er is een mooie mix van én de techniek én de mens/organisatie kant.
Ik denk dat ik zo benoem hoe wij bij IDMdenhaag al tijden tegen ons vak aan kijken. En de studenten in de zaal waren het roerend met ons eens.
Na afloop las ik op twitter ook een aantal goede berichten. Eén wil ik er graag uitlichten, omdat ik daar eigenlijk een beetje trots op ben:
@annemarielef schreef op twitter: Klaas Jan Mollema onze Alexander Klöpping? #nvb11
en later: heb oprecht genoten van je heldere en enthousiaste toon naast de vele kritische noten zonder eigen verantwoordelijkheid

Hoe cool zal het zijn als ik ooit bij De Wereld Draait Door aan tafel zit te praten met Matthijs van Nieuwkerk over de nieuwe ontwikkelingen van Google en de informatiemaatschappij. Dat ik mag uitleggen wat er allemaal mogelijk is met linked data en welke positieve maar ook negatieve kanten daaraan zitten. Maar vooral positieve. En welke kansen de erfgoedsector heeft laten liggen in het verleden, maar welke ze nu in tijden van Nood oppakt om zichzelf onder de aandacht te brengen en de collectie ‘te redden’.
En dat allemaal, zodat het #DWDD publiek het nog begrijpt, terwijl ze hun toetje wegwerken na de maaltijd.
Want zo mooi vind ik dit vak wel, dat het thuis hoort aan de tafel van de kijkcijfercanonnen…
Laten we dáár nou eens voor gaan! Dik in de spotlight, in plaats van op de achtergrond naar onze navel te staren!
Wie weet… lukt het ons/mij nog een keer
Ik ben voor!
NVB 11 Marleen Stikker
Derde spreker is Marleen Stikker (Waag Society) opent direct met een oproep voor het ‘anders leren denken’. Inspelend op Michels woorden over het ‘Andere vak’ gaat ze in op alle ontwikkelingen waarvan we consument zijn en de ontwikkeling dat we steeds meer onze eigen wereld willen ontwerpen.
De open Source beweging heeft hiervoor ooit de slogan ‘If you can’t open it, you don’t own it’ gehanteerd. In het verleden hebben we op een andere wijze met ons intellectueel eigendom gewerkt. Auteursrecht van toen is niet meer toepasbaar in de wereld van remixen.
Er is al een hele hoop data beschikbaar op het web. Ongestructureerde data. Door de verbinding, de context wordt die data omgevormd tot data die bruikbaar is.
Open data zullen we moeten willen omdat het meer democratisch is, efficientie stimuleert, innovatie mogelijk maakt en het leefklimaat eerlijker maakt.
‘Open by default’ in plaats van open na een verzoek.
Obama wordt hierin sterk gevolgd. Onze overheid heeft intussen http://data.overheid.nl gelanceerd, maar is nog steeds terughoudend in het openstellen van data in de Wet Openbaar Bestuur.
Vanuit de data Betekenis genereren is erg belangrijk om de data toegankelijk te maken. Apps for democracy is een interessant initiatief, waarin van de ruwe data nieuwe toepassingen worden bedacht. Apps voor Nederland is de Nederlandse variant.
Ook bij culturele instellingen is veel data beschikbaar. Deze data zit nu nog intern in kleine silo’s, maar als dat aan een grotere groep ontwikkelaars wordt aangeboden, kan de data worden gecombineerd tot mobiele apps en websites. Je staat niet meer alleen hierin. Je moet zoeken naar je interface, naar de manier waarop je met andere kunt werken. Dit zou statement 1 moeten zijn in je strategie als instelling.
Laat je hierin vooral leiden in de vragen die de gebruikers hebben, dan dat je als professional keuzes voor hen maakt. Wijs ze enkel de weg en zet u 1 stap vooruit op de gebruiker.
NVB11 Geert Lovink
Geert Lovink (HvA lector in het insituut van netwerk culturen) stelt dat we van de ‘angstige reactie’ af moeten dat we bij nieuwe ontwikkelingen ons afvragen ‘wat moeten we hiermee’. We moeten meer kijken naar wat zijn de trends. De steeds meer opkomende stroom aan videobeelden, zal invloed hebben voor de infrastructuur. In het onderzoeksprogramma ‘video vortex’ wordt nu gekeken naar de keuzes die kunstenaars maken in het gebruik van video. Vanuit dit programma wordt ontdekt hoe we gezamelijk zin gaan geven aan de vorm van video in de toekomstige maatschappij.
Een ander onderzoeksprogramma ‘How to analyse wikipedia?’, gestart op een eerder NVB congres, en nu uitgegroeid naar een conferentie over wikipedia. Het wikipedia onderzoek gaat verder dan de statistische gegevens, maar duikt ook in de sociale aspecten. Bijvoorbeeld de betrokkenheid van vrouwen bij Wikipedia.
Een derde onderzoeksprogramma is ‘the unbound book’ rond e-books. Het is een meer toegepast onderzoek, waarbij ontdekt wordt welke platforms er nou het handigst zijn om in te zetten. Geert roept op om mee te denken. Niet als consument, maar als voortrekker. We hóéven de standaarden van de grote jongens niet over te nemen. We kunnen daar zelf onze eigen invulling aan geven. Tijdens boekenweek 2012 (maart) zal in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een conferentie zijn rond dit thema toegepast in NL>
Een vierde onderzoeksprogramma is ’society of the query’. Zoeken wordt vaak gezien als ‘je hebt google’. Er is veel vraag naar onderzoek in deze richting, maar de mensheid komt er niet zo goed uit. Er is te weinig bekend over de impact/de cultuur van het zoeken. Daar moeten we meer, gezamelijk, aan doen.
Een vijfde programma ‘Unlike us : understanding social media monopolies and their alternatives’ gaat in op waar Stine het ook al over had. Op 9 en 10 maart 2012 wordt hierover een conferentie georganiseerd. In het programma worden standaardzaken als vrienden etc verlaten, en werkt men naar toe naar duurzame tools voor sociale netwerken.
NVB11 : Stine Jensen
… trapt af, en schreef het boekje ‘echte vrienden’ voor de mensen die dagelijks gebruik maken van sociale media. Het boekje gaat over intimiteit in tijden van Facebook, Geen Stijl en Wikileaks. Het boekje beschrijf de wereld waarin je alles op waarde moet schatten. Het komt voort uit een eerder boekje over identiteit van Stine en Rob Wijnberg (hoofdredacteur NRCnext). Destijds selecteerden ze 12 vormen van identiteitscontrole. Ik denk, ik voel, ik werk, ik heet, ik hoor erbij, ik lijd, etc.
In het rijtje mistte toen ‘ik heb een vriend’. En dat is vreemd, want we hebben er volgens Facebook een heleboel. Wat betekent dit?
Door ‘reageren – delen – vind ik leuk’ krijg je veel bevestiging. Persoonlijke informatie doet het goed op het web. En het leuke is: het hoeft niet eens waar te zijn.
Een andere zaak die mistte in het rijtje is: ‘ik lek’. Je lekt op het web continu informatie.
In het boekje introduceert ze de term ‘intiem kapitaal’. Als je kijkt naar de wijze waarop mensen invloed verwerven zegt filosoof Depardieu:
economisch kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal en symbolisch kapitaal. De stelling van Stine is dat het tegenwoordig draait om intiem kapitaal. Mark Zuckerberg van Facebook en de oprichters van Wikileaks hebben toegang tot dit intiem kapitaal.
Internet gebruikers hebben een ritueel in trouwe pagina’s op te zoeken. Internet is dus wel democratizerend, maar wordt door de gebruiker niet gedemocratizeerd gebruikt. Hier ligt een rol voor de informatiespecialist.
Het boek besluit met ‘dat we allemaal schipperen in tussen de anonieme en transparante vrijheid’.
Probeer als informatiespecialist als een soort Peter R de Vries mensen te stimuleren om het verschil te maken in soorten informatie.
In de enorme hoeveelheid contacten die we hebben, ligt ook een taak voor de informatiespecialist. In de toekomst hebben wij een rijker jargon nodig voor onze contacten. Kennis, vriend, collega, volger. Door bijvoeglijk naamwoorden rommelen we een rijker jargon in elkaar. Goede vriend, vage kennis. Wellicht moeten informatiespecialisten het aanpassen van ons jargon stimuleren.
#NVB11 opening Michel Wesseling
NVB voorzitter Michel Wesseling opent het NVB congres 2011 en roept op om in deze tijd van bezuinigingen en de cultuursector om samen te binden in de NVB. Een dringende boodschap, omdat we samen sterk staan.
Michel wijst op twee ontwikkelingen:
- manifest we are more
- de sluiting van de KIT die ook de ontwikkeling van bibliotheken in ontwikkelingslanden treft.
Het 100 jarig bestaan van de NVB zal zeker niet ongemerkt voorbij gaan. 15 november 2012 zal het volgende congres plaatsvinden.
Het thema van vandaag is ‘een ander vak’. Ons vakgebied is een ander vakgebied geworden. De ICT blunders die in de kranten komen, zijn eigenlijk blunders van mensen die niet voldoende informatievaardig zijn. Het zijn immers blunders op het gebied van het specialisme informatie.
Wij moeten onze plek oppakken in deze discussies.

